Archief voor de categorie Archieven

Genlias tot 1 januari 2013 in de lucht

In samenwerking en overleg met het CBG, exploitant van WieWasWie, is besloten dat Genlias in de lucht blijft tot 1 januari aanstaande. Dit besluit is genomen als reactie op bezorgdheid over het stoppen van Genlias voordat de opvolger WieWasWie minstens een gelijkwaardig alternatief biedt.

De twee belangrijkste punten waar WieWasWie momenteel nog aan werkt, zijn het versterken van de zoekfunctionaliteit (o.a. het zoeken op twee personen tegelijk), en het verbeteren van de hoeveelheid en de kwaliteit van de beschikbare data in WieWasWie.

Het eerste punt zal naar verwachting eind oktober gerealiseerd zijn. Dit kan niet gegarandeerd worden voor het tweede punt. De software waarmee de data van Genlias overgebracht wordt naar WieWasWie blijkt de grote hoeveelheid records niet op tijd te kunnen verwerken.

Hoewel ook op dit terrein de planning nog steeds is gericht op 1 november a.s., zijn er bij het verwerken van de Genlias-data vele partijen betrokken en is het volume daarvan zodanig groot, dat het zinvol lijkt om Genlias nog een extra periode in de lucht te houden.

Bron:
Nieuwsbericht Centraal Bureau voor Genealogie
Nieuwsbericht nieuwsblog WieWasWie 

Europeana zet grote stap op gebied van open data

Europeana heeft bekend gemaakt dat de metadata van meer dan 20 miljoen digitale objecten vanaf nu beschikbaar zijn onder de voorwaarden van de Creative Commons 0 Public Domain Dedication (CCO).

Hiermee is alle informatie over deze objecten uit Europa’s grootste digitale bibliotheek voor cultureel erfgoed door iedereen zonder enige beperking en kosteloos te gebruiken.

Europeana is Europa’s digitale bibliotheek, archief en museum. Meer dan 20 miljoen boeken, schilderijen, films, opnames, foto’s en archieven zijn voor iedereen digitaal toegankelijk. 2.200 organisaties uit heel Europa werken samen, waaronder in Nederland het Rijksmuseum, de Koninklijke Bibliotheek en Beeld en Geluid.

Miljoenen Europeanen die werkzaam zijn in de culturele en creatieve industrie kunnen profiteren van de recente veranderingen. Het biedt ondernemers, onderzoekers en burgers de mogelijkheid om innovatieve applicaties en games voor tablets en smartphones te maken en nieuwe webservices en portals te ontwikkelen.

Dit is een belangrijke stap in de open datastrategie van de Europese Unie die onderdeel uitmaakt van de Digitale agenda. Eurocommissaris Neelie Kroes, verantwoordelijk voor de Digitale Agenda, reageert dan ook verheugd:

Open data is such a powerful idea, and Europeana is such a cultural asset, that only good things can result from the marriage of the two. People often speak about closing the digital divide and opening up culture to new audiences but very few can claim such a big contribution to those efforts as Europeana’s shift to creative commons licensing.

Het Europeana Licensing Framework is nu compleet. Dit framework moet heldere voorwaarden creëren voor het hergebruik van de via Europeana beschikbare digitale objecten.

Bron: 

Nieuwsbericht Koninklijke Bibliotheek
Nieuwsbericht Europeana

Nationaal Archief verstrekt niet langer kopieën uit beperkt openbare archieven

Vanaf 1 september is het bij onderzoek in het Nationaal Archief niet langer mogelijk om kopieën te laten maken van documenten uit archieven waaraan beperkingen aan de openbaarheid zijn gesteld. Dat is het resultaat van een evaluatie van de omgang met het verstrekken van reproducties uit dergelijke archieven aan bezoekers en een recente uitspraak van de Rechtbank Den Haag. Uiteraard mag u bij het raadplegen van beperkt openbaar archiefmateriaal wel aantekeningen blijven maken.

 

Wat verandert er precies?
Tot op heden was het in een beperkt aantal gevallen mogelijk om reproducties te laten maken van documenten uit beperkt openbare archieven. Bijvoorbeeld wanneer deze documenten geen persoonsgegevens bevatten, of als de persoonsgegevens van derden onleesbaar waren gemaakt (anonimiseren). Dat gaat veranderen.

Met ingang van 1 september 2012 kunt u geen kopieën meer laten maken uit archieven waarvoor beperkingen aan de openbaarheid zijn gesteld.

Waarom? Uitspraak Haagse Rechtbank
Eerder dit jaar heeft de Rechtbank Den Haag een uitspraak gedaan in een zaak die betrekking had op kopieën uit beperkt openbaar archief. De Rechtbank oordeelt dat uit de beperking aan de openbaarheid van het archief logischerwijs voortvloeit dat het niet mogelijk is om daaruit kopieën te verstrekken.

Immers, de openbaarheidsbeperkingen worden in feite opgeheven door het verstrekken van kopieën van documenten. Met alle mogelijke, schadelijke gevolgen voor de persoonlijke levenssfeer van de in de stukken genoemde personen.

De beheerder van de archiefbescheiden (in dit geval dus de gemeente Den Haag) heeft dan namelijk niet langer toezicht op het niet-openbare archiefmateriaal. De Haagse Rechtbank ziet geen bezwaar in het maken van persoonlijke aantekeningen op basis van het beperkt openbare archief.

Belang Haagse uitspraak voor Nationaal Archief
Deze uitspraak is niet alleen belangrijk voor de gemeente Den Haag. Voor het Nationaal Archief vormde hij aanleiding om de dagelijkse praktijk bij het verstrekken van reproducties uit archieven die op grond van bescherming van de privacy beperkt openbaar zijn, nog eens kritisch te bekijken. Op basis daarvan is besloten om niet langer reproducties uit beperkt openbare archieven te verstrekken. Ook niet als de gevraagde reproducties na (betaald) onderzoek geen persoonsgegevens blijken te bevatten of moeten worden geanonimiseerd.

Anonimiseren van documenten

Dat laatste is een erg arbeidsintensief proces. Alle documenten in een dossier moeten vooraf door een medewerker van het Nationaal Archief worden gecontroleerd op de aanwezigheid van persoonsgegevens van derden, ofwel: andere personen dan degene op wie het dossier betrekking heeft. Vaak gaat het dan om getuigen, mede-daders, slachtoffers bij rechtszaken, familieleden in sociale en medische aangelegenheden etc.

Voor dit arbeidsintensieve onderzoek heeft het Nationaal Archief onvoldoende capaciteit.

De beschikbare medewerkers Dienstverlening richten zich primair op de directe dienstverlening aan de balie in de studiezaal en het verlenen van inzage in beperkt openbare archieven. Daarbij komt dat het maken van reproducties uit beperkt openbare archieven geen wettelijke taak van het Nationaal Archief is.

Wat betekent het voor u?
Het is dus niet langer mogelijk kopieën te (laten) maken van beperkt openbaar archiefmateriaal. Het blijft echter wel toegestaan om tijdens het raadplegen van beperkt openbare documenten daarvan persoonlijke aantekeningen te maken.

Zoals gezegd wordt deze nieuwe situatie op 1 september van kracht. Vanaf die datum worden geen nieuwe aanvragen voor reproducties uit beperkt openbare archieven meer in behandeling genomen. Uiteraard zullen de nog lopende aanvragen voor reproducties normaal afgehandeld worden.

Uitzondering
Wanneer u toestemming heeft verkregen om beperkt openbaar archiefmateriaal in te zien vanwege de vaststelling, uitoefening of verdediging van een recht, kunt u tegen betaling nog wel reproducties ontvangen. Dit omdat u ten behoeve van een gerechtelijke procedure veelal schriftelijk bewijs zal moeten leveren. De wet heeft in deze mogelijkheid voorzien.

 

Bronnen:
nieuwsbericht Nationaal Archief op GaHetNa.nl;

uitspraak Rechtbank ‘s-Gravenhage 22-02-2012 op Rechtspraak.nl 

VU brengt Amsterdamse slaveneigenaren in 1863 in beeld

Nooit eerder was er onderzoek gedaan naar de slaveneigenaren die in Nederland woonden ten tijde van de afschaffing van de slavernij in 1863. Docent geschiedenis van de Vrije Universiteit Amsterdam Dienke Hondius heeft samen met haar studenten en onderzoekers van het Nationaal Archief en het Stadsarchief Amsterdam het initiatief genomen dit wèl te doen.

Veel slaveneigenaren woonden niet op dezelfde plek als hun slaven in Suriname en de Antillen, maar lieten hun zaken regelen door vertegenwoordigers. Die afwezige eigenaren vormen een heel interessante groep: zij brengen de slavernijgeschiedenis, meestal gezien als iets dat ver weg en lang geleden heeft plaatsgevonden, terug in het hart van de Europese steden. Het onderzoeksteam onder leiding van Dienke Hondius geeft inzicht in de Amsterdamse connecties met de slavernij door middel van een kaart, die zij op basis van hun onderzoek ontwikkelden.

Presentatie eerste kaart slaveneigenaren
Dinsdag 26 juni presenteerden de studenten de eerste kaart en overhandigden deze aan prominente spelers op het gebied van slavernijverleden, Amsterdamse historie en erfenis:

Na de presentatie en officiële overhandiging is de kaart voor iedereen beschikbaar. 

Slaveneigenaar op afstand
Bij de afschaffing van de slavernij in 1863 kregen de eigenaren van slaven in Suriname en de Antillen een financiële vergoeding. De slaven kregen niets; hun vrijheid liet nog tien jaar op zich wachten, waarin ze onder staatstoezicht moesten werken. De meeste eigenaren woonden in Paramaribo of de Antillen, sommigen woonden in Nederland en lieten hun zaken regelen door vertegenwoordigers: de meesten van hen hebben nooit een voet in Suriname of de Antillen gezet. Bij hen lag een belangrijk deel van het initiatief en de besluitvorming over investeringen: in plantages, scheepsbouw, verzekeringen en scheepsbevoorrading, beveiliging en geestelijke verzorging. Allerlei economische en andere sectoren in de stad zijn direct of indirect betrokken geweest bij deze geschiedenis. Nieuw lopend onderzoek naar slaveneigenaren in Londen en op andere plekken in Groot-Brittannië vormt de directe inspiratie voor het Nederlands onderzoek waarvan deze kaart het eerste resultaat is.

Minder slaveneigenaren dan in zeventiende en achttiende eeuw
Voor Nederlandse families en firma’s werd het vanaf het begin van de negentiende eeuw duidelijk dat er aan de slavenhandel en slavernij eens een einde zou komen; de discussies in Frankrijk en Engeland bereikten ook Nederland. Er waren dan ook nogal wat handelaren en eigenaren die hun aandelen, belangen en slaven hadden verkocht of opgegeven in de periode voorafgaand aan het einde van de slavernij. In de zeventiende en de achttiende eeuw ziet de kaart van relevante locaties voor het Amsterdamse slavernijverleden er anders uit: veel drukker bezet vanwege de grotere economische activiteit en de grotere betrokkenheid van Amsterdamse families en firma’s. De onderzoekers willen deze ontwikkelingen in meerdere kaarten zichtbaar maken. Zij hopen dat de huidige gebruikers, eigenaars of passanten van deze adressen hieraan willen meewerken door hun kennis te delen over de vorige bewoners. Zo kan een completer en complexer beeld tot stand komen van het tot nu toe nog zo weinig zichtbare Amsterdamse slavernijverleden.

(Bron: persbericht VU)

Nieuwe brief van Vincent van Gogh ontdekt

 

Medewerkers van het Van Gogh Museum hebben een nieuwe brief ontdekt van Vincent van Gogh. De brief dateert uit 1872 en bevindt zich in het Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC) in ’s-Hertogenbosch. Van Gogh schreef de zakelijke brief vanuit Den Haag aan Hendrik Verzijl in Helvoirt, een kennis van de familie Van Gogh. Vanwege de onduidelijk geschreven initialen in de handtekening is de briefschrijver niet eerder als Van Gogh herkend. De ontdekking van deze nieuwe brief wordt beschreven in het boek ‘Van Gogh: New Findings. Van Gogh Studies 4′, dat morgen wordt gepresenteerd. 

De brief is chronologisch de tweede die van Vincent van Gogh bekend is, en dateert van 26 oktober 1872, toen de 19-jarige Van Gogh werkte bij de kunsthandel Goupil & Cie in Den Haag. Op verzoek van de gepensioneerde onderwijzer Hendrik Verzijl uit Helvoirt had Van Gogh geprobeerd op een veiling bij W.P. van Stockum een aantal boeken te kopen. Met zijn brief laat Van Gogh weten dat dit niet gelukt was en hij belooft navraag te zullen doen naar de koper bij de zoon van de veilingmeester, met wie hij bevriend is. 

Hendrik Verzijl woonde in Helvoirt bij de familie De Jonge van Zwijnsbergen, die tot de kennissenkring van de familie Van Gogh behoorde. Dat is de reden waarom de brief terecht is gekomen in het familiearchief De Jonge van Zwijnsbergen, aanwezig in het Brabants Historisch Informatie Centrum in ’s-Hertogenbosch. 

Het keurige briefje is kenmerkend voor het geregisseerde gedrag van het gezin Van Gogh, dat er actief op gericht was de een brede sociale kring op te bouwen door middel van bezoeken en correspondentie, en door elkaar over en weer diensten te bewijzen. Als ‘Dienstwillige Dienaar’ – zo sloot de jonge Vincent zijn brief af – had hij zijn opdracht voorbeeldig uitgevoerd. 

De ontdekte brief is gepubliceerd in het nieuw uitgekomen boek: ‘Van Gogh: New Findings. Van Gogh Studies 4′, in het artikel ‘Waiting to be discovered. An unknown letter from 1872 by Vincent van Gogh’. Dit artikel is geschreven door de samenstellers van Vincent van Gogh. De brieven (2009), Leo Jansen, Hans Luijten en Nienke Bakker. In de gratis toegankelijke web-editie van Van Goghs correspondentie www.vangoghletters.org, wordt de brief opgenomen onder nummer 1a.

Vanaf 23 juni 2012 wordt de brief – telkens in het weekend – tentoongesteld in achtereenvolgens Etten-Leur, Tilburg, Zundert en Nuenen; daarna zal hij voor langere tijd te zien zijn in de vaste Van Goghpresentatie van het Noordbrabants Museum in ’s-Hertogenbosch. 

(Bron: persbericht BHIC)

Archief van de RK Staatspartij integraal via internet te raadplegen

Sinds kort is het gedigitaliseerde archief van de RK Staatspartij integraal via het internet te raadplegen. Wie bij raadpleging van de online catalogus beschrijvingen vindt uit dit archief, kan meteen op een link klikken om de bijbehorende archiefstukken op zijn of haar scherm te krijgen. Het is ook mogelijk de inventaris van het archief in zijn geheel te raadplegen. Ook deze inventaris is van links voorzien. De gedigitaliseerde stukken staan in PDF-formaat.

In de nabije toekomst zullen meer (delen van) archieven op deze wijze geraadpleegd kunnen worden, waaronder het archief Alphons Ariëns, het archief Cals, het archief Nolens en grote delen van de archieven Alberdingk Thijm en Vincentius Vereniging Nederland. Ook losse stukken uit of delen van andere archieven, die op verzoek van gebruikers zijn gescand, zullen via links zijn in te zien. Dit geldt uiteraard alleen voor stukken waarvoor geen toestemming van de eigenaar nodig is.

Voor het KDC is dit alles overigens geen noviteit. Al eerder waren de collectie pamfletten van de Aprilbeweging van 1853 en een groeiend deel van de collectie bisschoppelijke brieven 1853-2003 (via de online catalogus onder: bibliografieën) digitaal beschikbaar.

(Bron: Katholiek Documentatie Centrum)