Blog

Borgbrieven Alem, (Kerk)Driel, Hedel en Zaltbommel online

 

In de archieven van het Streekarchief Bommelerwaard berusten in verschillende archieven borgbrieven. Borgbrieven zijn verklaringen die bij verhuizingen worden afgegeven door een instantie of particulieren uit de geboorteplaats van een persoon ten behoeve van de instanties in de plaats van vestiging (voor meer informatie over borgbrieven klik hier). Hierdoor vormen zij een waardevolle bron voor genealogisch onderzoek naar de periode vóór  de negentiende eeuw, c.q. de Burgerlijke Stand.

Borgbrief Alem SA Bommelerwaard1

Borgbrief Alem (Bron: SA Bommelerwaard)

Aan het verzamelen en scannen van de borgbrieven wordt nog steeds gewerkt en deze toegang zal dus nog vaak worden aangevuld. Tot op heden zijn gegevens en scans van 400 borgbrieven verwerkt uit de jaren tussen 1645 en 1812. Er is gekozen voor de uniforme benaming ‘borgbrieven’, maar in de praktijk worden er in de Bommelerwaard en elders allerlei benamingen door elkaar gebruikt. Vaak wordt gesproken van ‘ontlastbrieven’, ‘akten van indemniteit’ of ‘akten van readmissie’. In deze toegang zijn opgenomen ontvangen en (afschriften van) verstrekte borgbrieven uit archieven die berusten in het Streekarchief Bommelerwaard. Ze zijn uitgegeven door burgerlijke overheden, armbesturen, kerkbesturen en in sommige gevallen door particulieren. Gezocht kan worden op de namen van degenen op wiens naam de borgbrieven zijn verstrekt eventueel aangevuld met de plaats van uitgifte en ontvangst.

Borgbrieven zijn verklaringen die bij verhuizingen worden afgegeven door een instantie of particulieren uit de geboorteplaats ten behoeve van de instanties in de plaats van vestiging. Daarin wordt aangegeven dat indien degene(n) die zich elders vestigt/vestigen tot armoede vervalt/vervallen, de plaats van herkomst de lasten van de armenzorg (gedeeltelijk) zal dragen dan wel dat wordt gegarandeerd dat de dan armlastige zich wederom zonder bezwaren in de plaats van herkomst/geboorte mag vestigen.

Er bestaan allerlei variaties in de borgbrieven en de gestelde (beperkende) bepalingen. Bijvoorbeeld in het geval van een huwelijk elders wordt soms aangegeven dat de plaats van herkomst van bruid of bruidegom zich slechts gehouden acht om de helft van de kinderen uit een dergelijk huwelijk te ondersteunen bij armlastigheid. Vestiging in een andere plaats was meestal slechts toegestaan na overlegging van een borgbrief. Daarvoor stelde de plaatselijke overheden vaak regels op. In de praktijk worden die regels (verordeningen) vooral in tijden van veel armoede waarbij de armenkassen overvraagd dreigen te worden, vaak herhaald en aangescherpt en de naleving ervan gecontroleerd. Dat impliceert dat in tijden van (relatieve) welvaart de controle nogal eens te wensen overliet. Van bijvoorbeeld zowel Zaltbommel als Driel zijn gevallen bekend van mensen die meerdere malen gemaand worden om (alsnog) een borgbrief over te leggen en van uitzetting uit de plaatsen bij het ingebreke blijven.

Het was gebruikelijk om de borgbrief in te leveren in de plaats van vestiging en die weer op te halen en mee te nemen naar de nieuwe woonplaats bij verhuizing.

Indien men de plaats van vestiging niet meer verliet bleef de borgbrief in het archief van een van de plaatselijke instanties. De plaats die een borgbrief uitgaf hield voor zichzelf vaak een afschrift van de brief. Dat deed men los en/of in een register. Vaak treft men dergelijke borgbrieven aan in rechterlijke archieven bij de voluntaire akten (geloftesignaten), maar ze worden ook wel gevonden in allerlei andere rechterlijke protocollen (b.v. dingsignaten) en in dorpsarchieven en kerkelijke archieven. Een van de redenen om deze borgbrieven op de website te publiceren is juist dat ze erg lastig te vinden zijn. 

De borgbrieven bieden vaak inzicht in beroepen, gezinssamenstellingen en plaatsen van herkomst van personen. Bij het ontbreken van bevolkings-registers van vóór de 19e eeuw vormen zij een welkome aanvulling ten behoeve van het genealogisch onderzoek.

Gescande borgbrieven van Alem, (Kerk)Driel, Hedel en Zaltbommel zijn nu op de website door te bladeren en te lezen, klik hier. Momenteel wordt er gewerkt aan de index op alle namen die in deze brieven voorkomen, dus niet alleen op de persoon aan wie de borgbrief verleend is, maar op alle vermelde personen. Verder werkt het archief nog aan de selectie van borgbrieven die nog in de archieven berusten en toegevoegd kunnen worden.

Registers van de borgbrieven

(Bron: nieuwsbericht Streekarchief Bommelerwaard)

Bevolkingsregisters Amsterdam 1851-1853 online

Op de website van het Stadsarchief Amsterdam is vanaf vandaag de index van het Bevolkingsregister over de periode 1851-1853 online te raadplegen en bevat meer dan 600.000 persoonsnamen van mensen die tussen 1851 en 1853 in Amsterdam stonden ingeschreven. Om een overzicht te krijgen van wie waar woonde werden per buurt alle inwonenden van een bepaald pand genoteerd – in de meeste gevallen gezinsleden en, als ze dat hadden, ook personeel. Via de index is nu van al deze Amsterdammers te achterhalen waar zij woonden, met wie zij de voordeur deelden, en in veel gevallen ook waar zij eerder hadden gewoond en naar welk adres zij verhuisden. Ook religie en beroepen van de bewoners zijn in de registers te vinden.

Let op: de huisnummers zijn veranderd en de in de index gevonden huisnummers corresponderen daarom niet met de huidige adressen.

Europese gedigitaliseerde krantencollecties beter toegankelijk

18 miljoen krantenpagina’s krijgen plaats in Europeana

De komende drie jaar krijgen ruim 18 miljoen krantenpagina’s een plaats in Europeana. Dit maakten 17 Europese instituten bekend bij de lancering van het project Europana Newspapers. Europeana.eu biedt nu al online toegang tot gedigitaliseerde collecties van 2.200 Europese musea, bibliotheken en archieven. Hierbij komen de komende jaren dus nog miljoenen gedigitaliseerde krantenpagina’s bij.

Kranten vormen een belangrijk onderdeel van bibliotheekcollecties en worden veel geraadpleegd door een breed publiek. Veel bibliotheken zijn dan ook bezig met het digitaliseren en beschikbaarstellen van hun krantenmateriaal. Echter, de online toegang tot deze collecties is nog steeds versnipperd, onder andere door ontoereikende resultaten van optische tekenherkenning (Optical Character Recognition) en problemen met metadata en segmentatie.

Deze en andere uitdagingen worden nu op Europees niveau aangepakt waardoor de krantencollecties beter toegankelijk zullen worden. Meer dan 18 miljoen gedigitaliseerde krantenpagina’s zullen worden toegevoegd aan Europeana, waaronder ook een gedeelte van het historische krantenmateriaal van de Koninklijke Bibliotheek. Meer informatie is beschikbaar op de website www.europeana-newspapers.eu.

(Bron: persbericht Koninklijke Bibliotheek)

Gelderse memories van successie op internet

Memories van successie zijn een essentiële bron voor genealogen en historici die geïnteresseerd zijn in onder andere persoonlijke geschiedenissen. Het Gelders Archief heeft de memories van successie in Gelderland over de periode 1818 tot 1927 gedigitaliseerd. Deze documenten zijn vanaf vandaag beschikbaar op de website van het Gelders Archief. 

Wat is een memorie van successie?
In een dergelijke akte staat een overzicht van de bezittingen en schulden van een overledene. Een belastingambtenaar stelde de memorie op, die diende om de hoogte van de successierechten (belasting over een erfenis) vast te stellen.

 In deze documenten zijn terug te vinden: de naam van de overledene, plaats en datum van overlijden, overzicht van de bezittingen en schulden (en kadastrale aanduiding), naam en woonplaats van de erfgenamen en, als er een testament is, de datum van het testament en de naam van de notaris. Kinderen en (achter)kleinkinderen hoefden voor 1878 geen successierechten te betalen. 

Regionale belastingkantoren inden de successiebelasting. In Gelderland waren deze kantoren tussen 1818 en 1927 gevestigd in Arnhem, Apeldoorn, Borculo, Culemborg, Doesburg, Doetinchem, Druten, Elburg, Elst, Groenlo, Harderwijk, Hattem, Lochem, Nijkerk, Nijmegen, Tiel, Wageningen, Winterswijk, Zaltbommel, Zevenaar en Zutphen. Op de website van het Gelders Archief staat exact vermeld welke plaats in deze periode onder welk kantoor viel.

Het digitaliseringproject, dat anderhalf jaar duurde, omvat ruim 1,3 miljoen bestanden (scans, die bestaan uit beelden van handgeschreven teksten) met een omvang bijna 4 terabyte. Eén memorie kan uit verschillende bestanden bestaan.

De memories zijn te vinden via een speciale webpagina te vinden. Hier staat ook de exacte werkwijze vermeld hoe een memorie van successie kan worden gevonden. De documenten zijn nog niet op naam doorzoekbaar met een zoekfunctie. Wel zijn ze binnenkort gratis te downloaden. 

(Bron: nieuwsbericht Gelders Archief)

Universiteitsbibliotheek VU ontvangt unieke historische theologische collectie

Deze week schonken ‘honorary fellow’ van de Universiteitsbibliotheek VU Ferenc Postma en dominee Margriet Gosker hun omvangrijke historische theologische collectie uit hun privébibliotheek aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Deze collectie omvat talloze uiterst zeldzame en unieke protestantse werken uit de 15e-18e eeuw. De verzameling betekent een grote verrijking voor het onderwijs en onderzoek aan de VU. Wim Janse, decaan van de Faculteit der Godgeleerdheid en hoogleraar Kerkgeschiedenis, over de collectie: “De Postma-Gosker-bibliotheek zal de aantrekkingskracht van de VU als studiecentrum voor het internationale protestantisme aanzienlijk versterken. Jaarlijks beginnen drie à vier nieuwe promovendi daar aan hun onderzoek”.

Hongaarse collectie
De bibliotheek bevat ook veel titels uit en over Hongarije, waaronder academische geschriften en werken over de kerkgeschiedenis. Als buitengewoon hoogleraar, verbonden aan de Károli Gáspár Universiteit in Boedapest, doet Postma onderzoek naar de historische culturele en intellectuele betrekkingen tussen Hongarije en Nederland. Daarnaast is hij ‘honorary fellow’ van de Universiteitsbibliotheek VU en richt hij zich op het protestantse boek in relatie tot de geschiedenis van Hongarije.

Franeker collectie 
Een ander zwaartepunt is het zogeheten ‘Franeker (academisch) drukwerk’. Dat zijn honderden (oefen)disputaties en oraties, meestal gehouden aan de Universiteit van Franeker. In de 17e-18e eeuw was deze universiteit een belangrijk theologisch opleidingscentrum in Europa en vele honderden Hongaren kwamen hier dan ook studeren. Rector Lex Bouter, die de schenking aan de VU dankbaar aanvaardde, trok een parallel met de huidige VU en wees op de open dialoog tussen studenten van verschillende afkomst.

(Bron: persbericht VU)

WieWasWie live in bèta-versie

Vanochtend is WieWasWie stilletjes live gegaan in een bèta-versie. Bèta omdat er nog genoeg details zijn die de komende tijd aandacht behoeven. Zie de blog van WieWasWie voor méér informatie. En ga eens naar wiewaswie.nl om de site uit te proberen.

 

(Bron: nieuwsbericht CBG en WieWasWie)

VU brengt Amsterdamse slaveneigenaren in 1863 in beeld

Nooit eerder was er onderzoek gedaan naar de slaveneigenaren die in Nederland woonden ten tijde van de afschaffing van de slavernij in 1863. Docent geschiedenis van de Vrije Universiteit Amsterdam Dienke Hondius heeft samen met haar studenten en onderzoekers van het Nationaal Archief en het Stadsarchief Amsterdam het initiatief genomen dit wèl te doen.

Veel slaveneigenaren woonden niet op dezelfde plek als hun slaven in Suriname en de Antillen, maar lieten hun zaken regelen door vertegenwoordigers. Die afwezige eigenaren vormen een heel interessante groep: zij brengen de slavernijgeschiedenis, meestal gezien als iets dat ver weg en lang geleden heeft plaatsgevonden, terug in het hart van de Europese steden. Het onderzoeksteam onder leiding van Dienke Hondius geeft inzicht in de Amsterdamse connecties met de slavernij door middel van een kaart, die zij op basis van hun onderzoek ontwikkelden.

Presentatie eerste kaart slaveneigenaren
Dinsdag 26 juni presenteerden de studenten de eerste kaart en overhandigden deze aan prominente spelers op het gebied van slavernijverleden, Amsterdamse historie en erfenis:

Na de presentatie en officiële overhandiging is de kaart voor iedereen beschikbaar. 

Slaveneigenaar op afstand
Bij de afschaffing van de slavernij in 1863 kregen de eigenaren van slaven in Suriname en de Antillen een financiële vergoeding. De slaven kregen niets; hun vrijheid liet nog tien jaar op zich wachten, waarin ze onder staatstoezicht moesten werken. De meeste eigenaren woonden in Paramaribo of de Antillen, sommigen woonden in Nederland en lieten hun zaken regelen door vertegenwoordigers: de meesten van hen hebben nooit een voet in Suriname of de Antillen gezet. Bij hen lag een belangrijk deel van het initiatief en de besluitvorming over investeringen: in plantages, scheepsbouw, verzekeringen en scheepsbevoorrading, beveiliging en geestelijke verzorging. Allerlei economische en andere sectoren in de stad zijn direct of indirect betrokken geweest bij deze geschiedenis. Nieuw lopend onderzoek naar slaveneigenaren in Londen en op andere plekken in Groot-Brittannië vormt de directe inspiratie voor het Nederlands onderzoek waarvan deze kaart het eerste resultaat is.

Minder slaveneigenaren dan in zeventiende en achttiende eeuw
Voor Nederlandse families en firma’s werd het vanaf het begin van de negentiende eeuw duidelijk dat er aan de slavenhandel en slavernij eens een einde zou komen; de discussies in Frankrijk en Engeland bereikten ook Nederland. Er waren dan ook nogal wat handelaren en eigenaren die hun aandelen, belangen en slaven hadden verkocht of opgegeven in de periode voorafgaand aan het einde van de slavernij. In de zeventiende en de achttiende eeuw ziet de kaart van relevante locaties voor het Amsterdamse slavernijverleden er anders uit: veel drukker bezet vanwege de grotere economische activiteit en de grotere betrokkenheid van Amsterdamse families en firma’s. De onderzoekers willen deze ontwikkelingen in meerdere kaarten zichtbaar maken. Zij hopen dat de huidige gebruikers, eigenaars of passanten van deze adressen hieraan willen meewerken door hun kennis te delen over de vorige bewoners. Zo kan een completer en complexer beeld tot stand komen van het tot nu toe nog zo weinig zichtbare Amsterdamse slavernijverleden.

(Bron: persbericht VU)

Hoe kinderen in 19e eeuwse kledij te identificeren 3

In de eerdere berichten op deze blog over het identificeren van kinderen op antieke foto’s heb ik het al gehad over de haren en de kleding. Er bestaat echter nog een manier om het geslacht van een afgebeeld kind te kunnen identificeren, namelijk aan de hand van attributen die op de foto staan afgebeeld en de pose die het kind op de foto heeft aangenomen. 

Want wat zijn nu typische jongensattributen? Oorlogsspeelgoed lijkt voor de hand te liggen, voertuigen, bouwmaterialen en sportartikelen eveneens. Maar hoe zit het met poppen, dieren, mode-assesoires of bloemen? 

Ook de manier waarop een kind op de foto is gezet, zegt in veel gevallen veel over het geslacht. Een kind dat bijvoorbeeld zijlings op een paard zit, is over het algemeen een meisje. Een kind met een hand verscholen in de voorkant van de jurk of jas (de zogenaamde ‘Napoleon-vorm’), is meestal een jongen.

Meer informatie over het identificeren van het geslacht van kinderen op antieke foto’s aan de hand van attributen en poses, is te lezen op de weblog van House of Mirth Photo’s & Ephemera.

Zie ook mijn eerdere blogposts over dit onderwerp:

Nieuwe brief van Vincent van Gogh ontdekt

 

Medewerkers van het Van Gogh Museum hebben een nieuwe brief ontdekt van Vincent van Gogh. De brief dateert uit 1872 en bevindt zich in het Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC) in ’s-Hertogenbosch. Van Gogh schreef de zakelijke brief vanuit Den Haag aan Hendrik Verzijl in Helvoirt, een kennis van de familie Van Gogh. Vanwege de onduidelijk geschreven initialen in de handtekening is de briefschrijver niet eerder als Van Gogh herkend. De ontdekking van deze nieuwe brief wordt beschreven in het boek ‘Van Gogh: New Findings. Van Gogh Studies 4′, dat morgen wordt gepresenteerd. 

De brief is chronologisch de tweede die van Vincent van Gogh bekend is, en dateert van 26 oktober 1872, toen de 19-jarige Van Gogh werkte bij de kunsthandel Goupil & Cie in Den Haag. Op verzoek van de gepensioneerde onderwijzer Hendrik Verzijl uit Helvoirt had Van Gogh geprobeerd op een veiling bij W.P. van Stockum een aantal boeken te kopen. Met zijn brief laat Van Gogh weten dat dit niet gelukt was en hij belooft navraag te zullen doen naar de koper bij de zoon van de veilingmeester, met wie hij bevriend is. 

Hendrik Verzijl woonde in Helvoirt bij de familie De Jonge van Zwijnsbergen, die tot de kennissenkring van de familie Van Gogh behoorde. Dat is de reden waarom de brief terecht is gekomen in het familiearchief De Jonge van Zwijnsbergen, aanwezig in het Brabants Historisch Informatie Centrum in ’s-Hertogenbosch. 

Het keurige briefje is kenmerkend voor het geregisseerde gedrag van het gezin Van Gogh, dat er actief op gericht was de een brede sociale kring op te bouwen door middel van bezoeken en correspondentie, en door elkaar over en weer diensten te bewijzen. Als ‘Dienstwillige Dienaar’ – zo sloot de jonge Vincent zijn brief af – had hij zijn opdracht voorbeeldig uitgevoerd. 

De ontdekte brief is gepubliceerd in het nieuw uitgekomen boek: ‘Van Gogh: New Findings. Van Gogh Studies 4′, in het artikel ‘Waiting to be discovered. An unknown letter from 1872 by Vincent van Gogh’. Dit artikel is geschreven door de samenstellers van Vincent van Gogh. De brieven (2009), Leo Jansen, Hans Luijten en Nienke Bakker. In de gratis toegankelijke web-editie van Van Goghs correspondentie www.vangoghletters.org, wordt de brief opgenomen onder nummer 1a.

Vanaf 23 juni 2012 wordt de brief – telkens in het weekend – tentoongesteld in achtereenvolgens Etten-Leur, Tilburg, Zundert en Nuenen; daarna zal hij voor langere tijd te zien zijn in de vaste Van Goghpresentatie van het Noordbrabants Museum in ’s-Hertogenbosch. 

(Bron: persbericht BHIC)

Archief van de RK Staatspartij integraal via internet te raadplegen

Sinds kort is het gedigitaliseerde archief van de RK Staatspartij integraal via het internet te raadplegen. Wie bij raadpleging van de online catalogus beschrijvingen vindt uit dit archief, kan meteen op een link klikken om de bijbehorende archiefstukken op zijn of haar scherm te krijgen. Het is ook mogelijk de inventaris van het archief in zijn geheel te raadplegen. Ook deze inventaris is van links voorzien. De gedigitaliseerde stukken staan in PDF-formaat.

In de nabije toekomst zullen meer (delen van) archieven op deze wijze geraadpleegd kunnen worden, waaronder het archief Alphons Ariëns, het archief Cals, het archief Nolens en grote delen van de archieven Alberdingk Thijm en Vincentius Vereniging Nederland. Ook losse stukken uit of delen van andere archieven, die op verzoek van gebruikers zijn gescand, zullen via links zijn in te zien. Dit geldt uiteraard alleen voor stukken waarvoor geen toestemming van de eigenaar nodig is.

Voor het KDC is dit alles overigens geen noviteit. Al eerder waren de collectie pamfletten van de Aprilbeweging van 1853 en een groeiend deel van de collectie bisschoppelijke brieven 1853-2003 (via de online catalogus onder: bibliografieën) digitaal beschikbaar.

(Bron: Katholiek Documentatie Centrum)

Page 2 of 3123